dinsdag 31 januari 2012

39. Het Fortuin van de Bourbons / Raadselachtige kwatrijnen


39.

Lisa ademt de kruidige geuren van het woud in, waarover de avond begint te vallen. Le Beau Jean opent de deur van een kleine oude caravan voor haar, die in het midden van een open plek in het bos staat, op een boogscheut van de abdij van Orval. Het laatste licht van de dag valt door het enige raam naar binnen en doet het plastic en aluminium mat glanzen. Ze kan zich onmogelijk voorstellen dat niet zo ver hier vandaan mensen voor de televisie in slaap zijn gevallen of aan het avondeten zitten en opgeruimd praten over onbenulligheden. En toch is het ongetwijfeld zo. Lisa voelt zich verbannen uit de banale, alledaagse wereld die haar plots heel erg lief is geworden, als iets waar je met heimwee aan terug kunt denken. Haar wollige sufkop maakt er dat ontheemde gevoel niet beter op. 
Lebeau sluit de deur van de caravan zorgvuldig af en gaat op de bank aan het smalle tafeltje zitten. Hij wijst haar een plaats aan tegenover hem, neemt een stukje papier uit de achterzak van zijn jeans, vouwt het open en legt het tussen hen beiden op het tafeltje.
Lisa kijkt naar de cijfers en letters die er op geschreven zijn, zonder echt iets te zien:

Q 20 – C 9 + Q 27 – C 1 = VIII.66

Ze knippert met de ogen. ‘Wat is dit?’
‘Zeg jij het maar.’
‘Het heeft iets van een wiskundige vergelijking.’
‘Maar dat is het niet.’
‘Nee.’
Lisa steekt haar hand uit naar het stukje papier, om het om te draaien. Maar Le Beau Jean  neemt haar hand in de zijne – de dikke rossige haartjes op die hand! – en schudt het hoofd. Hij drukt haar hand even, net krachtig genoeg om het pijnlijk te maken, en laat dan los.
‘Ik heb deze… optelsom… gevonden in een secretaire die ooit toebehoorde aan de Nederlandse dichter Louis de Bourbon, een nazaat van niemand minder dan Louis XVI. En nu zou ik graag van je horen wat je eerste indrukken zijn, schatje.’
‘Ik geloof niet dat ik nog in staat ben om na te denken… Die pillen van je…’
Lisa vraagt zich af hoe ver ze kan gaan, hoeveel tijd hij haar zal laten winnen. En ze heeft écht wel een sufkop overgehouden aan zijn pillen.
‘Ik zal je op weg helpen,’ zegt Lebeau – en hij laat het zowaar pedagogisch verantwoord klinken, alsof hij een leraar is die het tot zijn taak rekent geduld op te brengen met trage leerlingen. ‘Het gaat om een code. Dat is hint nummer één. Laten we afspreken dat je recht hebt op drie hints, oké? Goed, hier komt dan al meteen hint nummer twee aan: de code heeft te maken met Nostradamus. Doet dat nog geen belletje rinkelen? Ik kan je jammer genoeg niet de hele nacht geven om een eerste indruk te formuleren, schatje. En ik vraag ook geen grondige analyse, hé! Je hebt nog recht op één hint en als je daarna niet met iets bruikbaars voor de dag komt, zal ik eh…’
Le Beau Jean staat op en zonder haar uit het oog te verliezen, neemt hij een groen geverfde ijzeren gereedschapskist van de grond. Hij zet ze voor Lisa op tafel, begint er in te rommelen, diept een stel handboeien en een nijptang op.
‘Ik ben geen fanatiek doe-het-zelver,’ zegt hij. ‘Maar als het echt niet anders kan… Weet je wat je zoal kunt aanvangen met een simpele nijptang? Handig instrument, hoor.’
Lisa neemt hem onderzoekend op. Er is geen twijfel aan dat hij het meent. Ze wil er niet achter komen wat hij zoal kan aanvangen met een simpele nijptang.
‘Als ik je verteld heb wat je wil horen, zul je me nog even goed dumpen, zoals je dat met Rombaut en Lombard hebt gedaan.’
Le Beau Jean grinnikt, maar zijn staalgrijze ogen blijven haar even hard en vreugdeloos  aanstaren. ‘Zij zijn een propere en snelle dood gestorven. In hun geval ben ik zo goed geweest actieve euthanasie toe te passen, zou je kunnen zeggen Dat is mijn specialiteit. Kies je voor de trage en smerige methode, dan is dat jouw verantwoordelijkheid, niet de mijne. En nog iets, schatje… Als we gevonden hebben wat ik zoek… waarom zou ik je dan niet laten gaan? Ik ben geen psychopaat hé. Het is mij niet om de kick te doen. Ik krijg er heus geen stijve van  als ik met die nijptang je nagels uit moet trekken, of erger nog.’
‘Als je me in leven laat, kan ik naar de politie stappen…’
Nu breekt er een brede grijns door op het knappe gezicht met de vierkante kaken. ‘Tegen dan zit ik al veilig in het buitenland, schatje… te genieten van het fortuin van die goeie ouwe Louis XVI.’
Lisa staart naar het stukje papier dat keurig in vier gevouwen is geweest. Tijd winnen kan ze sowieso. Ze zou uren kunnen vertellen over het verband tussen de voorspellingen van Nostradamus en de abdij van Orval. Ze kan hem meenemen naar de site, ze kan hem tonen wat ze daar ontdekt heeft. Zo lang ze niets hebben gevonden, zal hij de instrumenten uit zijn gereedschapskist niet gebruiken en zal hij evenmin geneigd zijn actieve euthanasie toe te passen.
‘Met Q wordt ongetwijfeld quatrain bedoeld en de C staat voor centurie. Het lijkt een som, waarvan de uitkomst de achtste centurie, kwatrijn 66 is. Dat is merkwaardig, want iedereen die de voorspellingen van Nostradamus een beetje kent, weet dat kwatrijn 20 van de negende centurie en kwatrijn 27 van de eerste centurie zeer beroemd geworden zijn, maar dat geldt helemaal niet voor kwatrijn 66 van de achtste centurie. De eerste voorspelling gaat over de arrestatie van Louis XVI en Marie Antoinette in Varennes…’
‘En de tweede over de schat van Orval,’ onderbreekt Jean Lebeau haar, ‘die aan de voet zou liggen van een eik die door de bliksem werd getroffen.’
Voor het eerst sinds Lisa de gangster persoonlijk heeft leren kennen, toont hij een zekere emotie. Zijn stem klonk onmiskenbaar… gretig. En ongeduldig. Gedurende een paar seconden – meer niet – legde hij zijn pantser af en had hij zichzelf niet voor de volle honderd procent onder controle. Is dit de zwakke plek waar Lisa hem kan raken? Zijn al te grote gretigheid? Is dit zijn achilleshiel?
‘Maar waar het derde kwatrijn over gaat…’
‘Kwatrijn 66 van de achtste centurie duidt ongetwijfeld de exacte plaats aan waar we de schat moeten zoeken,’ zegt Lisa. ‘Je hebt er alleen iets aan als je er de twee vorige kwatrijnen bij legt, als je dus weet dat je in Orval moet zoeken en aan de voet van een eik die door de bliksem werd getroffen… Kwatrijn 66 van de achtste centurie wordt op die manier de uitkomst van een som die bestaat uit kwatrijn 20 van de negende centurie, opgeteld bij kwatrijn 27 van de eerste centurie…’
Ze slaagt er slechts moeizaam in de opwinding uit haar stem te weren. Lisa kent kwatrijn 66 van de achtste centurie immers maar al te best. Maar doet ze er goed aan de gangster nu al uit te leggen waar dit vers precies voor staat? 
Le Beau Jean draait het papiertje om. Op de achterkant zijn de drie bewuste kwatrijnen getypt, samen met hun vertaling:
 
IX, 20

De nuict viendra par la forêt de Reines,
Deux pars voltorte Herne la pierre blanche
Le moine noir en gris dedans Varennes
Esleu cap cause tempeste, feu, sang, tranche.

De nacht valt, door het woud van Reims komen zij:
Twee vanuit Parijs, naar Orval en Herne – het witte juweel
En de monnik, zwart op grijs, in Varennes.
De keuze van de Capetinger is de oorzaak van storm, vuur, bloed, bijl.

I,27

Dessous le chesne Guyen du ciel frappé
Non loin de la est cacher le thresor
Qui par long siècles avoit este grappé
Trouvé mourra, l’oeil creve de ressort.

Aan de voet van een eik die werd geslagen
Door de bliksem en waarin de maretak groeit,
Daar werd de schat van vele eeuwen begraven.
Wie ze vindt, sterft – het oog doorboord.

VIII, 66

Quand l’escriture D M sera trouvée,
Et cave antique à lampe descouverte,
Loy, Roy, et Prince Ulpian esprouvée,
Pavillon Royne et Duc sous la couverte.

Wanneer het opschrift D.M. wordt ontdekt
In een antieke grot, in het licht van een lamp
Zijn de koningin en de hertog door één deken toegedekt
En worden Wet, Koning en Prins Ulpian getest.

‘In De Profetie van Orval laat God voor zijn goede kinderen de vrede nog tien maal duizend maal tweeduizend manen voortduren in een vallei van goud en bij een eik die door de bliksem werd getroffen. En zij drinken zeven maal acht maal vier maal uit Gods vijver…’ zegt Lisa. ‘Leg die mysterieuze regels naast kwatrijn 20 van de negende centurie en kwatrijn 27 van de eerste centurie, dan zie je dat zij een paar gemeenschappelijke elementen hebben.’
‘En het zijn die elementen waarmee Lombard destijds aan het werk is gegaan… Hij heeft voor het eerst sinds de Nachtridders een grootschalige expeditie opgezet, met als doel de schat van Orval te bergen… En wie maakte deel uit van zijn staf? Niemand minder dan de piepjonge, zij het veelbelovende archeologe Lisa Groenendaal!’
Lisa schrikt. Le Beau Jean weet meer, veel meer dan ze verwachtte.
‘Ik zou het zeer op prijs stellen, schatje, als je me nu maar eens vertelde wat jullie toen precies ontdekt hebben.’
‘Lombard zal je toch ook wel gezegd hebben dat de expeditie geen succes werd?’
‘Jazeker. De vraag is dus waarom het geen succes werd. En waarom jij nog altijd aan het werk bent in Orval, zij het wel op een heel andere plek…’
Lisa ademt een paar keer diep in en uit. Le Beau Jean heeft zijn huiswerk meer dan behoorlijk gedaan. Er zit weinig anders op dan hem alles te vertellen wat zij weet over de schattenjacht die Louis Lombard op het getouw heeft gezet.
Als Lebeau haar op een leugen betrapt, is de kans groot dat hij de instrumenten uit zijn gereedschapskist op haar zal uitproberen. En zo lang ze het op zijn verzoek over de expeditie van Lombard heeft, hoeft ze het niet te hebben over het fameuze kwatrijn 66 van de achtste centurie…