vrijdag 25 mei 2012

40. De Code van de Geldput


 


40.

Lisa vond Louis Lombard niet bepaald sympathiek. Hij woonde in een gigantische villa, volgestouwd met marmer en dure schilderijen, en hij droeg een stuk of wat gouden ringen aan zijn worstvingertjes. Het poepsjieke gedoe kon niet verhinderen dat hij een weeë, zoeterige geur verspreidde, alsof hij overvloedig gebruik maakte van deodorant en after shave, maar wel al een paar weken vergeten was zich te wassen.
‘Zoals je ongetwijfeld weet,’ zei Louis Lombard, terwijl hij de speekselbellen enthousiast van zijn dikke lippen liet spatten, ‘werd de streek van Orval miljoenen jaren geleden nog door het zeewater overspoeld. Op de bodem van de zee vormde zich een licht okerkleurig gesteente. Deze zandhoudende kalksteen, ook wel “witte steen” genoemd, zou later voor de bouw van het klooster gebruikt worden. Na de Franse Revolutie werden de zwartgeblakerde muren van de abdij aan de weersomstandigheden prijsgegeven en deden de ruïnes dienst als steengroeve.’
‘U denkt dat het naar deze “witte steen” is dat in het fameuze kwatrijn van Nostradamus wordt verwezen?’
‘Inderdaad. De meeste kenners vertalen “la pierre blanche” als “het witte juweel” en zien er een verwijzing in naar Marie Antoinette, maar het kan even goed om de witte steen van Orval gaan. Combineer je deze aanwijzing met kwatrijn 27 van de eerste centurie, waarin een eik door de bliksem wordt getroffen, dan kom je uit bij een plek net buiten het eigenlijke domein van de abdij. Een open plek in een eikenbosje, om precies te zijn, bij een vijver waarvan ook al in De Profetie van Orval sprake is. Een eik die door de bliksem werd getroffen, heb ik er niet meer gevonden… maar ik heb er wel een driehoek van witte stenen gevonden. En ik heb er een eik gevonden waarvan de schors zekere… littekends vertoonde. Alsof hij lang geleden werd verwond door touwen en takels. Aan zijn voet is bovendien een verzakking in de aarde te zien. Volgens mij is die open plek er ook alleen maar gekomen omdat men daar een hele tijd geleden een heleboel bomen omgehakt heeft. Hier en daar zijn er reeds jonge bomen voor in de plaats gekomen, maar ze groeien veel minder dicht op elkaar dan in de rest van het bos.’
‘Ik dacht dat u opgravingen wilde financieren in de ruïnes van het oude klooster. In uw advertentie is toch sprake van medewerkers voor wetenschappelijk onderzoek op het domein van de abdij?’
‘Op voormalige terreinen van de abdij, inderdaad… Op het eigenlijke kloosterdomein hebben Rombaut en zijn dwaze Hiéron du Val d’Or het voor het zeggen. Wat zullen ze op hun neus kijken, als ik met een doorbraak kom aanzetten in het onderzoek waar zij al zo veel geld en energie tegenaan hebben gegooid! Maar goed… Het is een feit dat de fameuze Nachtridders al eerder op deze plek gezocht hebben, juffrouw.’
En Lombard vertelde Lisa in het kort over Louis Charles Rombaut, een gezamenlijke voorzaat van Karel Rombaut en van hemzelf, die beweerde dat hij Louis XVII was, van wie werd aangenomen dat hij in de Tempelgevangenis was gestorven. Louis Charles Rombaut woonde in het Brabantse Herne, maar in 1812 sloot hij zich aan bij de Nachtridders. Ze zochten het fortuin van de Bourbons onder een vijver die eigendom was geweest van de abdij, een tunnel stortte in en meer dan twintig Nachtridders verloren het leven.
‘Van Louis Charles Rombaut werd na 1812 nooit meer iets vernomen. Karel Rombaut heeft er zo zijn twijfels bij, maar ik ben zeker van mijn zaak: ik heb de plek gevonden waar Louis Charles destijds het familiefortuin heeft gezocht. In 1840 verscheen daar trouwens nog een andere Franse troonpretendent, Karl Wilhelm Naundorff. Volgens mij was hij in 1812 ook al van de partij geweest, en heeft hij de bergplaats toen ook gevonden, al of niet samen met Louis Charles. Ik ben er vrij zeker van dat zij allebei over dezelfde informatie beschikten.’
‘U hebt het nu over die kwatrijnen van Nostradamus?’
Lombard knikte driftig. ‘En over De Profetie van Orval!...Een vervalsing, natuurlijk… Net zoals een paar kwatrijnen van Nostradamus evenmin uit de koker van de profeet uit de Provence komen… In werkelijkheid zijn het mystificaties, gefabriceerd door Franse royalisten.’
Wetenschappelijk onderzoek behoorde niet meteen tot de prioriteiten van Louis Lombard, had Lisa ondertussen begrepen. In feite was hij niet meer dan een ordinaire schattenjager. Hij bleek bijzonder gefascineerd door de beruchte Blauwe Tavernier en zijn al even sinistere zustersteen. Volgens Lombard had Naundorff ofwel de Blauwe Tavernier, ofwel de zustersteen het Oog van Sita, in Orval gevonden en opnieuw in omloop gebracht, waarna hij de diamant op een of andere manier weer was kwijtgespeeld.
‘Waarschijnlijk is dat gebeurd bij een poging om aan de hand van de steen te bewijzen dat hij was wie hij beweerde te zijn,’ zei Lombard. ‘Alleen de ware dauphin de France kon op de hoogte zijn van de bergplaats van het familiefortuin. Als hij een steen toonde die tot de persoonlijke bezittingen van Marie Antoinette behoorde, die verdwenen waren in Orval, dan kon hij op die manier zijn claim kracht bijzetten dat hij niemand minder was dan haar zoon, Louis XVII. Hij zou dan gewoon van zijn vader vernomen hebben hoe hij het familiefortuin kon vinden.’
De Blauwe Tavernier – of zijn zustersteen, want het was niet altijd even duidelijk over welke diamant het precies ging – had toen al de reputatie vervloekt te zijn. Beide diamanten zouden immers ooit geflonkerd hebben als de ogen van de godin Sita, maar slechts één van beide verwierf wereldwijde roem als de Hope Diamant.  
‘Niet dat ik ook maar enig geloof hecht aan dit soort bijgeloof,’ glimlachte Lombard. ‘Naundorff lijkt trouwens ook weinig hinder ondervonden te hebben van de vloek. Maar dit soort verhalen wijst er de schattenjager vaak op dat hij op het juiste spoor zit. Het zijn immers het soort geruchten dat wordt verspreid door collega’s die hun concurrenten op afstand willen houden.’ 
De sage van de vervloekte Hope Diamant hing aan elkaar van de sterke verhalen. Een aantal ervan waren duidelijk verzonnen door de actrice May Yohé en haar minnaar, kapitein Putman B. Strong. Ergens in de roaring twenties zouden zij in Orval de hand gelegd hebben op één van de Ogen van Sita, waarna Putman B. Strong – eveneens in Orval – spoorloos verdween.
‘Net zoals Louis Charles Rombaut in 1812?’ merkte Lisa op.
Lombard grijnsde. ‘Werden zij het slachtoffer van de vloek? Dat wordt verteld. Maar ik denk dat er wat anders aan de hand is geweest. Toegegeven, Nostradamus heeft al eens op een vloek gezinspeeld…’
‘Wie de schat vindt, moet sterven,’ mompelde Lisa. ‘Het oog doorboord…’
Lombard knikte. ‘Maar volgens mij behoren deze toespelingen tot de categorie van de bewust verspreide geruchten waarmee een schattenjager zijn collega’s op afstand wil houden… Nee, ik denk dat Putman B. Strong aan zijn einde kwam ten gevolge van een ongeluk, toen hij de rest van de schat wilde bergen.’
‘Net zoals de Nachtridders voor hem?’
‘Een ongeluk dat misschien… niet helemaal een ongeluk was. Soit.  Juffrouw Groenendaal…Wat zal het zijn? Heb ik u afgeschrikt met deze verhalen of bent u er net nog nieuwsgieriger door gemaakt? Ik beken, mijn expeditie heeft niet in de eerste plaats een wetenschappelijk karakter en mijn motivatie is die van de schattenjager. Maar ik zou in mijn team nog een geschoolde archeologe kunnen gebruiken, dus… Wat zal het zijn?’

Terwijl de arbeiders van de heer Lombard met hun bulldozers en boren de natuurlijke rust van het Ardeense woud verstoorden, sloeg Lisa haar tentje op naast de woonwagens van de arbeiders. Alle voorwaarden waren aanwezig om er een fijne werkvakantie van te maken. En Lombard had ongetwijfeld een fascinerende ontdekking gedaan.
Naarmate de schacht werd uitgediept, legden ze steeds meer eiken platformen bloot, telkens met een tussenruimte van drie meter. Een paar dagen na de start van de werkzaamheden troffen ze op zevenentwintig meter diepte een vlakke steen aan.
Lombard kwam in allerijl ter plaatse. ‘Zou dat de sluitsteen kunnen zijn?’ vroeg hij zich af.
De steen, die inmiddels was bovengehaald en schoongemaakt, bleek een meter lang en dertig centimeter breed te zijn. De arbeiders kantelden hem om. Op de onderzijde waren letters en cijfers gebeiteld:

CII + XXVII
VII x VIII x IV
10 F x 1000 x 2000 P

‘Enig idee wat dit te betekenen heeft, juffrouw Groenendaal?’ informeerde Lombard. Hij had een brilletje met gouden montuur opgezet en deed zijn uiterste best om zijn schoenen en broekspijpen niet te bevuilen.
‘Het Romeinse cijfer XXVII komt overeen met de diepte waarop we de steen hebben aangetroffen,’ zei Lisa. ‘Maar ik heb er geen idee van hoe we CII moeten interpreteren…’
‘Honderdentwee…’ mompelde Lombard nadenkend. ‘En VII x VIII x IV… Kunnen dat afmetingen zijn? Van een schatkist?’
Lisa haalde de schouders op.
‘Zeven meter breed, acht lang, vier hoog… Zoiets?’
‘Dat zou wel een enorme schatkist zijn, meneer Lombard. Uitgedrukt in voet – dat is zo’n dertig centimeter – zou ik het al wat beter zien zitten. Een goeie twee meter breed, twee en een halve meter lang en een meter hoog. In dat geval hebben we nog altijd met een respectabele schatkist te maken.’
‘En wat betekent  10 F x 1000 x 2000 P? Op tien voet is duizend maal tweeduizend pond te vinden?’
‘Ik heb er geen flauw idee van.’
De ploegbaas daalde af in de schacht en stak een koevoet in de aarde, die zodanig met water was doordrenkt dat er voor iedere twee emmers aarde een emmer water verwijderd moest worden.
‘Daar zit iets hards!’
‘Geeft het mee?’
‘Nee… En het lijkt over de hele breedte van de schacht heen te lopen.’
Een paar arbeiders probeerden op hun beurt door het harde oppervlak heen te dringen, maar er was geen beweging in te krijgen. De schemering viel in en ze dienden het werk te staken. Overtuigd dat ze op het punt stonden een verbijsterende ontdekking te doen, beloofde Lombard al zijn medewerkers een vette premie. De lucht gonsde van hun opgewonden kreten.
De volgende ochtend, heel vroeg, daalden Lisa en de ploegbaas als eersten in de schacht af, ieder langs een touwladder. Ver kwamen ze niet.
‘Water!’ vloekte de ploegbaas. ‘De put staat vol water! Hij moet vannacht ondergelopen zijn, verdomme!’
De ploegbaas liet de pomp aanrukken. Ze was de hele dag aan het werk, maar het peil bleef gelijk. ‘Als we de ondergelopen schacht nu eens droog proberen te leggen door er een tweede naast te graven?’ stelde hij voor. ‘Op een goeie dertig meter diepte kan er dan een ingang gemaakt worden naar onze Geldput.’
Lombard gaf zijn zegen en keerde terug naar zijn protserige villa in Angleur. Het zag er immers niet naar uit dat er op korte termijn resultaten geboekt zouden worden.
Twee dagen later weerklonk plotseling een donderend geraas in de tweede schacht. Het had een paar dagen geregend en de arbeiders die aan het werk waren, werden opeens overweldigd door een stortvloed van water, dat uit de diepte kwam opzetten. Volkomen onverwachts borrelde het te voorschijn. Het peil steeg zo snel, dat ze van geluk mochten spreken dat ze het er levend vanaf brachten.
Lombard liet een een tweede ploeg arbeiders overkomen, die een derde en een vierde put groeven. Maar ook de twee nieuwe schachten liepen vol water toen men een diepte van dertig meter had bereikt. Nu liet hij een monsterachtig grote boor aanrukken, waarmee hij wilde uitzoeken welke hindernissen hen nog te wachten stonden als ze dieper dan dertig meter in de ondergrond doordrongen. De aarde trilde en schudde zo hard dat de eiken er haast voortijdig hun bladeren bij verloren. De boor ging door twee platformen heen, één van eikenhout en één van sparrenhout. Vervolgens stootte hij op stukken metaal, die een laag van wel een halve meter hoog vormde. Hij bracht echter niets omhoog dat op de aanwezigheid van een schat wees, behalve drie schakels die ooit deel hadden uitgemaakt van een horlogeketting. Daarna ging de boor opnieuw door een laag eikenhout.
‘Dat moet de bodem van de eerste kist en het deksel van de tweede zijn,’ riep de ploegbaas opgewonden uit.
In zijn ogen meende Lisa nu ook al dollartekens te zien schitteren.
‘Waarschijnlijk bevat de put niet één, maar twee eikenhouten kisten, die op elkaar geplaatst zijn!’
Een volgende boring bracht vooral kokosvezels aan het licht. De volgelopen schachten waren inmiddels leeggepompt, maar na een nieuwe regenbui liepen ze opnieuw onder.
‘Al dat putten graven heeft geen zin,’ gromde de ploegbaas. ‘We moeten deze Geldput anders aanpakken. Maar hoe?’
Lisa kon hem geen ongelijk geven. Stilaan begon de omgeving eruit te zien als een holle kies.
‘De bodem bestaat hier uit zand- en leisteen, schiefer… De harde wanden van de put zijn ondoordringbaar voor al dat water, hij moet dus op een of andere manier in verbinding staan met…’
‘… de vijver!’ vulde Lisa aan.
De ploegbaas wist Lombard te overhalen om zijn arbeiders op een rechte lijn van de Geldput naar de vijver te laten graven. Lombard zag daar het nut niet van in, maar gaf uiteindelijk toe. Al snel troffen de arbeiders in een put bij de vijver een dikke laag van de kokosvezels aan die ze ook al in de Geldput hadden gevonden. Daaronder bevond zich een grote hoeveelheid vlakke stenen. De hele sponsachtige constructie liep over een kleine vijftig meter langs de vijver. Bovendien ontdekten ze nog vijf afvoerbuizen, die naar een put in de vorm van een trechter leidden. Vandaar liep het water door een lange tunnel steeds dieper de grond in, om ten slotte op zo’n dertig meter diepte de Geldput te bereiken.
‘Dat tunnelsysteem is het werk van een genie!’ mompelde de ploegbaas bewonderend.
Lisa dacht aan de genietroepen die generaal de Bouillé tot zijn beschikking had in de vesting van Montmédy, ontworpen door de geniale bouwmeester van de Zonnekoning, Sébastien le Prestre de Vauban.
‘Als het water in de vijver na een regenbui stijgt, wordt het door de spons van kokosvezels opgezogen en door de afvoerbuizen en de tunnel naar de Geldput gevoerd. Zolang de put onaangeroerd blijft, houdt de druk van de aarde in de schacht het water tegen. Maar wanneer er aarde weggenomen wordt, vermindert de druk…’
‘Zouden die duizend maal tweeduizend pond daarmee te maken hebben?’
‘Dat maakt twee miljoen pond… Best mogelijk. Maar er is nog iets… Buiten het droge seizoen, laten we zeggen: de zomermaanden…’
‘De maand juli bijvoorbeeld,’ knikte Lisa.
‘Welja… Buiten de zomermaanden dus, moet je er niet eens aan denken een poging te doen om de schat te lichten. Dan is het sowieso te nat.’
‘Wat probeer je me nu te vertellen?’ kwam Lombard tussenbeide. ‘Dat we er nooit zullen in slagen de schatkisten op te graven?’
De ploegbaas knikte. ‘Telkens wanneer iemand ze bijna bereikt, zal het water van onderen komen opzetten en loopt de schacht vol…’
‘Dat is waarschijnlijk ook wat de Nachtridders fataal geworden is,’ fluisterde Lisa.
‘Wel, laat ik je dan één ding zeggen, juffrouw Groenendaal… Spreek je een mondje Engels? Prima, want… Failure is not an option! Heb je dat begrepen? Eén hindernis is alvast uit de weg geruimd: we weten nu waarom de Geldput altijd vol water komt te staan. Ook de andere problemen moeten één voor één aangepakt worden. Het is alleen een kwestie van volharding…’
‘… en investeringen,’ zei de ploegbaas. ‘Mijn mannen zijn deze week nog niet betaald, meneer Lombard.’
Toen ook die horde was genomen, kwam de ploegbaas met een nieuw plan om het fortuin van de Bourbons te lichten. Fase 1 bestond uit een dam, die het gedeelte van de vijver moest afsluiten dat de Geldput van water voorzag. Tegelijk kon fase 2 aangevat worden: een andere ploeg zou proberen de tunnel te onderbreken waardoor het water werd aangevoerd, door enkele nieuwe putten in de buurt van de Geldput te graven.
De koortsachtige schattenjacht had ervoor gezorgd dat de paradijselijke open plek in het woud van Chiny was verworden tot een vieze modderpoel, omgeploegd door bulldozers, heftrucks, vrachtwagens, boren en pompen. Ondertussen kampeerden al meer dan dertig arbeiders permanent op het kleine lapje grond waar Lombard toestemming had gekregen om te graven. Eiken waren gerooid en aan spaanders gehakt; sommige putten stonden vol water en andere had men volgestort met afval. Plastic zakken waaiden op en bleven hangen in de takken van de bomen…
Maar de dam werd gebouwd. En dankzij een aantal nieuwe putten werd ook de verbindingstunnel gevonden. Lombard was van plan daar vijfenzeventig kilogram dynamiet in te laten ontploffen, om op die manier de tunnel te blokkeren…